Top of this document
Go directly to page content

Carel Visser (1928)

Carel Visser kan met recht worden beschouwd als de nestor van de naoorlogse beeldhouwkunst in Nederland.* Zijn oeuvre omspant bijna zestig jaar en loopt gelijk op met de grondige veranderingen binnen het maken van beelden. In tegenstelling tot de rappe revolutie in de schilderkunst In het Nederland van de vroege jaren vijftig, verandert de beeldhouwkunst traag. Visser is vanaf het begin gefascineerd door de abstractie. Hij verkiest gelaste ijzeren sculpturen boven klassieke materialen als was, gips of steen. Geometrie en symmetrie boven klassiek realisme. Visser onderzoekt op een avontuurlijke manier de balans tussen verticalen en horizontalen, tussen deel en geheel en tussen natuur en constructie.

Autoruiten, ganzenpoten, grafiet, reclamefoto’s, schapenwol of roestend staal – Carel Visser bouwde er talloze beelden mee. Hij stapelt, last, plakt, monteert, verbindt en plaatst de dingen die hij vindt met een scherp oog voor vorm, verhouding en dynamiek. De grond is een belangrijk element in zijn werk: het draagt de beelden en bepaalt de hoek waaronder we ze zien. Papier is een andere belangrijke drager voor Visser. Zijn kunstenaarschap begon met het maken van tekeningen en sinds de jaren tachtig toont hij ook collages. Door de jaren heen heeft Visser een enorme vrijheid ontwikkeld in het samenbrengen van de meest uiteenlopende materialen binnen een enkel werk. 



* J. Bremer, ‘Een beeld mag vooral niet te veel zijn’, unlocked # 02 rabo kunstcollectie, Eindhoven 2005, p. 284