Daan van Golden (1936)
Voor Daan van Golden bestaat er geen scheidslijn tussen leven en kunst. Toeval beschouwt hij als een krachtige, toegevoegde waarde, die hem helpt bij het vinden van nieuwe beelden in de bestaande wereld. Van Golden haalt zijn ideeën voor een schilderij of foto uit een stuk bedrukt pakpapier, de bladderende verf op een garagedeur, uit een afbeelding van Boeddha of Mick Jagger of uit een groep viooltjes. Gewone dingen, die bij nader inzien een grote visuele kracht blijken te hebben. Ook reproducties van kunstwerken Henri Matisse, Alberto Giacometti of Jackson Pollock kunnen het vertrekpunt zijn voor een echte ‘Van Golden’. De vondsten die hem inspireren tot nieuw werk noemt hij ‘vitaminen’.* Hij transformeert ze tot fonkelnieuwe, niet eerder geziene schilderijen.
Tegelijkertijd probeert Daan Van Golden het raadsel tijd te visualiseren door te fotograferen. Je ziet mensen ouder worden, omgevingen veranderen en kleuren stralen. Soms, temidden van dat alles zit ook weer een vondst verstopt die de kunstenaar nader onderzoekt op het linnen – daar waar de tijdloosheid heerst.
* H. Den Hartog Jager, Verf, 2004 Amsterdam, p. 58