Henk Visch (1950)
Met liefde voor de taal werkt Henk Visch sinds 1980 aan zijn voortgaand oeuvre. Hij duidt de wereld in beelden, tekeningen en in taal. “Als kunstenaar houd je je op in het domein van de vluchtigheid. Je beseft dat alles eigenlijk maar onvoorstelbaar eventjes bestaat. Alles is een droom die weg is voor je het weet, een vogeltje dat zingt en wegvliegt. Maar juist te midden van die vluchtigheid schuilen de momenten waarop iets ontstaat. Die momenten wil je vasthouden. Dat is kunst.”*
De beelden van Visch zijn mensfiguren, zelfs als hij alleen een paar benen toont. Als leden van een grote familie duiken ze op in straten, tuinen en kamers. De bronzen voegen zich in het alledaagse, zijn tekeningen zuigen haar juist in zich op en ontregelen de werkelijkheid. Iedere maandag maakt Visch een tekening voor de column van Kader Abdolah in de Volkskrant. Honderden tekeningen hebben zich alleen al via dat hoekje in de krant verschanst in de wereld. Visch laat zijn gedachten achter in brons, hout, inkt of verf zonder ze nader te benoemen. Liever maakt hij een omweg, gespitst op wat zou kunnen ontstaan. Een idee, een woord of misschien wel even helemaal niets: “Kunst herinnert me aan iets wat ik nog niet wist”.**
* citaten uit: A. Spaninks e.a., ‘Henk Visch: Het theater van de onbeweeglijken’
** Unlocked No [1] Kunstcollectie Rabobank Nederland, Eindhoven 2001, p. 65