Top of this document
Go directly to page content

Jan Andriesse (1950)

Schilder Jan Andriesse verhoudt zich tot fenomenen die bijna niet te verbeelden zijn. Een bochtige rivier, het zachte licht van een regenboog of de kwikzilveren rimpelingen van een wateroppervlak, hoe vang je die in een schildering op doek of papier? Gedreven en precies onderzoekt Andriesse keer op keer de schoonheid van daglicht, water en reflectie en de manier waarop we dat alles waarnemen. De natuur ligt ten grondslag aan zijn abstracte schilderijen, maar ook lineaire vormen als de cirkel, de ellips en de kettingboog. Zijn doeken komen soms pas na jaren gereed omdat ze zijn opgebouwd uit honderden lagen acrylverf, die hij soms matteert met marmerpoeder. De composities van zijn schilderijen zijn sinds 1979 altijd geënt op de Gulden Snede.*

Dat Andriesse een aards materiaal als verf voor nodig heeft voor zijn  onderzoek vindt hij een beperking. ‘Ik probeer het vormloze licht van een regenboog te schilderen, maar ik kan niet anders dan hem donkerder maken, want alle verf is donkerder dan licht. Zelfs het witste wit.’ Toch weet Andriesse de kleuren te laten dansen in een mist die lijkt te hangen vóór het eigenlijke doek. Hoe langer je kijkt, hoe intenser de kleurenmist wordt.

 

* Gulden Snede: maatverhouding 1:1,618 die bekend is sinds de klassieke Oudheid (Euclides, 300 v. Chr.), veel voorkomt in de natuur en eeuwenlang toegepast is in bouwkunst en schilderkunst.