Leon Adriaans (1944-2004)
Leon Adriaans was overdag druk met zijn boerderij en zijn dieren, maar 's avonds en 's nachts kwam hij tot leven als schilder. Hij werkte zonder vooropgezet plan. Al schilderend met vluchtige, losse halen riep hij zijn voorstellingen tevoorschijn. In de jaren zestig werkte hij met afvalmaterialen van zijn boerenerf. Zo beschilderde hij lege veevoederzakken met mens- en dierfiguren of met abstracte tekens en patronen. Ook verweerd hout, (pak)papier en stukken zeildoek gebruikte hij als ondergrond. Adriaans maakte zijn eigen verf en gebruikte daarvoor pure, natuurlijke pigmenten: "vruchtgebruik van de natuur", noemde hij dat.*
Zijn vroegere werken zijn vooral voorstellingen met geometrische vormen in zwart, wit en rood, met hier en daar een mensfiguur of dier. Pas vanaf begin jaren negentig, als Adriaans toch op doek gaat schilderen, neemt de variatie van voorstellingen en kleuren toe. Er ontstaan kleinere en grote doeken en combinaties van beide die als tweeluik fungeren. Om de kracht van zijn eigen werk te toetsen bekeek hij het door een omgekeerde verrekijker. Beviel het werk hem vanaf grote afstand niet? Dan bleef hij het veranderen of vernietigde het simpelweg.
* A. Berk, ‘Leon Adriaans’, Kunstbeeld, 2003, # 2, p. 45