JCJ Vanderheyden (1928)
Licht, ruimte en tijd maken ons bewust van wat ons omringt. Dat gegeven vormt voor JCJ Vanderheyden vertrekpunt en slotsom in een en hetzelfde ogenblik. Vanderheyden concentreert zich op de werkelijkheid en de kunstgeschiedenis. Hij onderzoekt wat ons oog waarneemt en waaraan we ons laven. Aan hemelsblauw, een oneindige horizon of de wereld als een schouwtoneel. Door de jaren heen duiken zijn vaste motieven telkens weer op. Hij gebruikt en herschikt ze steeds opnieuw, waardoor het tijdsaspect in zijn werk een factor van betekenis wordt.
Onverstoorbaar werkt Vanderheyden aan zijn oeuvre en zet daarvoor in wat hij nodig acht: een doek, een foto, een film of een inkjetprint van een bestaand kunstwerk. In de jaren zestig onderzoekt Vanderheyden de relatie tussen de zintuiglijke waarneming en de hulpmiddelen die we daarbij gebruiken. Hij verdiept zich in de werking van het oog en de hersenen en van de camera obscura, fotocamera, filmcamera en het gebruik van rasters. Vanderheyden: 'Beeldende kunst verschijnt aan ons steeds meer als een reproductiewereld (...) een concrete dubbelwereld, een voortdurend play-back verschijnsel in boeken en catalogi, op postcards, dia's en electronische beelden.'* Elke vorm van reproductie werpt een ander licht op het afgebeelde en is in de ogen van Vanderheyden een nieuw origineel.
* De Muze als Motor II: Beeldende Kunst in Brabant 1945-1996, Tilburg 1996, p. 134