Top of this document
Go directly to page content

Benoît Hermans (1963)

Benoît Hermans prikkelt ons tot reflectie over de werking en de betekenis van een beeld als illusie. In zijn schilderijen brengt hij beelden bijeen die niets met elkaar te maken hebben, waardoor onze denkpatronen en ons kijkgedrag worden ontregeld. Hermans biedt ons geen aangename, goed geschilderde landschappen, stillevens of portretten, maar ongekende voorstellingen vol kleine en grote schokeffecten. Vaak combineert de kunstenaar bestaande foto’s met zelf geschilderde fragmenten, strips of elementen uit de westerse kunstgeschiedenis. Hij laat zien dat een schilderij een ding is. Toch denken we vaak dat het afgebeelde ‘echt’ is, in plaats van verf op doek, gespannen op een spieraam. 

Aan het einde van de jaren tachtig nam Benoît Hermans (1963) de collagetechniek tot uitgangspunt van zijn geassembleerde schilderijen. Bestaand beeldmateriaal, gevonden objecten en reproducties van bekende kunstwerken voegde hij samen tot nieuwe beelden. Door al die elementen op elkaar te bevestigen en er uitsparingen in aan te brengen, ontstaat een letterlijke en figuurlijke gelaagdheid.