Job Koelewijn (1962)
Het bestaan is te kwetsbaar om dicht te laten slibben, vindt Job Koelewijn. Af en toe moet je het zuurstof toedienen en met frisse ogen bezien. Sinds een ernstig auto-ongeluk hem naar de rand van het bestaan dirigeerde, weet Job Koelewijn wat hem te doen staat. Met installaties, performances, foto’s en films geeft hij uiting aan zijn zinnenprikkelende ideeënstroom. Hij probeert met zijn werk de kwetsbaarheid van het leven bloot te leggen op een manier die verrast en vaak vederlicht aanvoelt. Koelewijn gebruikt graag onorthodoxe materialen: water, blokjes krachtbouillon, babypoeder, pepermuntolie, groene zeep of inhaleerzalf. Het zijn stoffen die vitaliteit opwekken voor wie het wil ervaren, maar ook vergankelijk zijn als het leven zelf.
Koelewijn laat met zijn oeuvre zien dat de dingen die er werkelijk toe doen buiten onze macht liggen. Ideeën en verhalen staan in boeken opgetekend, maar leven pas zodra ze gelezen worden. De tijd kun je aflezen van ontelbaar veel klokjes en wekkers, maar bestaat bij de gratie van een wereldwijde afspraak. De vluchtigheid en de kracht van deze paradoxen zijn het terrein waarbinnen Koelewijn het liefst werkt.