Top of this document
Go directly to page content

Maria Roosen (1957)

Maria Roosen maakt sensuele beelden van gekleurd glas, wol, leer, hout, papier maché en bladgoud. Terugkerende thema´s in haar oeuvre zijn vruchtbaarheid, groei, het vrouwelijke en het mannelijke en menselijke verhoudingen. Kenmerkend voor haar werkwijze is dat Roosen haar ideeën langzaam laat rijpen en steeds in nauwe samenwerking uitvoert met ambachtslieden zoals glasblazers, timmerlieden of breisters. Roosen: "Ik laat dingen groeien. Ik zaai het zaad en roep vervolgens de hulp van anderen in om het gewas op te kweken. Ik stuur het proces, begeleid het - eigenlijk ben ik de kunstenaar met de groene vingers."*

Ervan overtuigd dat verbeelding het leven aangenamer en draaglijker kan maken, biedt Roosen graag tegenwicht met haar werk. “Ik vind het best een beetje treurig om te merken dat mensen zich niet meer kunnen laten verleiden of zich niet kunnen verbazen over iets.”** Haar werk werd bekend toen Roosen in 1995 met Marlene Dumas en Marijke van Warmerdam de Nederlandse inzending verzorgde voor de Biënnale van Venetië. Ze maakte kannen, borsten en spermatozoïden van gekleurd glas, geblazen door professionele glasblazers. Voor Roosen is glas gestolde energie omdat het proces van maken en handelen erin valt terug te lezen. In 2006 ontving Roosen de Wilhelmina Ring voor haar gehele oeuvre en in 2009 de Singer Prijs.



* persbericht van Stichting Wilhelmina Ring, Apeldoorn, oktober 2006
** V. Klaassen e.a., ‘Maria Roosen’, unlocked # 02 rabo kunstcollectie, Eindhoven 2005, p. 188