Michael Raedecker (1963)
Michael Raedecker schildert met garens en verf. De oude meesters kent hij goed, maar hij is zich ook bewust van de context waarin schilderijen tegenwoordig functioneren. Hij gelooft nog altijd in de illusies die besloten kunnen liggen in een schilderij. Zijn techniek ademt een eigentijdse sfeer, ook al werkt Raedecker binnen klassieke genres als portret of landschap.
De kunstenaar stikt garens door het linnen heen en plakt opkrullende draden vast met pareltjes verf. Daarmee behoudt Raedecker de concentratie van meesters uit vorige eeuwen, maar legt hij ook de beperking van de schilderkunst bloot. In een schilderij kan nooit een verhaal verteld worden tot in de kleinste details, maar het kan wel gesuggereerd worden. Het is Raedecker dan ook te doen om de betekenis van het beeld van een interieur of een man met hoed. Een schilderij blijft ook in de eenentwintigste eeuw een plat vlak. Maar daar is Raedecker niet rauwig om. Juist binnen die beperking wacht een scala aan mogelijkheden: “Ik vind het belangrijk dat ik nu leef, aansluit bij iets en hoop dat mijn werk de tijd overleeft.”*
* H. Den Hartog Jager, Verf: hedendaagse Nederlandse schilders over hun werk, Amsterdam 2004, p.172