Reinoud van Vught (1960)
Zoeken, steeds opnieuw verkennen en ruimte houden voor de loop van een stroompje verf. Reinoud van Vught experimenteert graag binnen de grenzen van de schilderkunst. Al zijn de genres wat hem betreft beperkt – landschap, stilleven of portret. De oneindige mogelijkheden vindt de schilder in zijn techniek. Paddestoelen, planten of waterplassen lijken misschien uiteeenlopende onderwerpen, maar hun gemeenschappelijke deler is hun organische groei. Van Vught: “Als kind woonde ik al in Tilburg, maar aan de rand van de stad, met veel natuur om me heen. Dat land, de aarde zelf, dat fysieke gaat in je zitten.”*
Voor Van Vught verschilt het ontstaansproces van een plant of een stuk schilderslinnen dus weinig. Het begint bij het materiaal: “Ik wil mijn handen meteen in de verf kunnen steken en actief zijn. Daarom werk ik ook met het doek of het papier op de grond liggend. Ik beweeg om het werk, spetter de verf met een kwast op het doek, schraap over de verf heen of werk rechtstreeks met mijn handen. Maar het magische moment moet me overkomen." Kleur stuurt zijn doeken en tekeningen op een ander niveau: in spikkels, in streken en opgehoopte verfplassen krijgt het experiment ruim baan.
* citaten: P. Tegenbosch, ‘Intuïtie als kompas’, Museumtijdschrift, oktober 2007