Antonietta Peeters (1967)
Antonietta Peeters ziet het landschap niet als een vlak decor waartegen ze een voorstelling plaatst, maar als ruimte. Peeters: De ruimte is niets wanneer je hem wilt voelen. Als je ernaar kijkt heeft hij kleur en vorm, maar als je je erin begeeft, verplaatst de ruimte zich. Hij wijkt, opent zich en wordt elders samengedrukt.* Peeters beschouwt alle elementen waaruit een landschappelijke ruimte bestaat als onderdelen die je bijna kunt vastpakken. Ze bouwt haar schilderijen en tekeningen op uit alle elementen. Ze verbindt lucht, water, aarde en licht tot wat wij ervaren als één landschap, één sfeer, één ruimte. Tegelijkertijd abstraheert Peeters de vele gezichten van die ruimte in haar doeken en tekeningen door haar composities in vlakken te verdelen. Kijken we naar een tweedimensionaal spel van kleur en vorm of naar een achttal vergezichten?
Met draad en ijzergaas verbeeldt Peeters haar fascinaties ook in drie dimensies. De kunstenaar haakt sculpturen die ze opspant op een frame van metaaldraad of gaas met zelfde vraag voor ogen. Wat maakt deel uit van het object en waar gaat het object over te midden van zijn omgeving?
* G. de Bruin e.a., Antonietta Peeters: Swamp, Amsterdam 2000, p.58