Top of this document
Go directly to page content

Merijn Bolink (1967)

Merijn Bolink zet zijn ambachtelijke vermogens in als hij door de uiterlijke vorm van dingen heen kijkt. Hij kiest een alledaags voorwerp en doorgrondt het tot op de bodem. Materiaal, vorm en functie splitst hij uit. Met behulp van deze categorieën herschept hij de objecten rigoureus. Toch behouden ze hun eigenheid. In een enkel geval verleent de kunstenaar ze zelfs een persoonlijkheid. Zo demonteerde Bolink een kinderwagen en ordende alle aangetroffen materialen die hij aantrof: metaal, stof, hout en leer. Stuk voor stuk grondstoffen voor nieuwe, minuscule kinderwagentjes die qua vorm identiek waren aan het ‘moedermodel’. Een familie.

Bolink laat nieuwe beelden ontstaan die, zodra ze er eenmaal zijn, heel goed voorstelbaar zijn. Zijn vondsten verwijzen vaak naar het terrein van de kunstgeschiedenis, de verbeeldingskracht of de waarneming. Een boomtak die uitloopt in hoekige twijgjes roept Mondriaan in herinnering, een Gauloise sigaret die zich ontpopt tot een oogbal met het opschrift: ‘Gloeisaus’. Met gevoel voor humor en intuïtie diept Bolink de ziel op van zelfs het meest banale voorwerp.