Top of this document
Go directly to page content

Guido van der Werve (1977)

Binnen het medium film weet Guido van der Werve melancholie tastbaar te maken. Klassieke muziek speelt daarin een belangrijke rol. Van der Werve: “Ik heb een hekel aan de saaiheid van videokunst. Videokunst is vaak tot op het bot gestripte informatie. Film heeft veel meer kleur en diepte.”* Van der Werve hecht aan de sfeer van de bioscoop: een plek waarin mensen zich makkelijker in vervoering laten brengen. Die sfeer roept hij graag op in zijn films en foto’s. Zijn werk appelleert aan romantische gevoelens zonder zoet te worden. Zo hing hij een schommel op in het raamkozijn van zijn bovenwoning (I smile at the world and the world smiles back, 2002). Van der Werve schommelde met vaart het luchtruim tegemoet boven zijn balkon. De kunstenaar weet met zijn persoonlijke vragen en ervaringen een groot publiek aan te spreken. De meeste van zijn werken ademen een sfeer van eigenzinnigheid en een niet mee willen doen aan de waan van de dag. Liever houdt hij oog voor universele gevoelens en schoonheden: een heldere sterrenhemel of de pianoklanken van Chopin. 

Voor zijn film Nummer acht – Everything is going to be alright – werd Van der Werve onderscheiden met de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2007. Eerder dat jaar nam de Rabobank het werk op in haar collectie. De film toont de kunstenaar wandelend over de bevroren poolzee bij Finland. Tien meter achter hem doorklieft een enorme ijsbreker de witte vlakte. De eenvoud van het idee, de humor en melancholie die eruit spreken doen denken aan werk van Ger van ElkSigurdur Gudmundsson of Bas Jan Ader uit de jaren zeventig.



* Van de Werve tijdens een interview, www.stichtingpicos.nl, 03.12.2008

Website

www.roofvogel.org