Top of this document
Go directly to page content

Hadassah Emmerich (1974)

Hadassah Emmerich tekent en schildert graag op grote vellen papier of rechtstreeks op de muur. Haar voorstellingen woekeren over het platte vlak: lianen slingeren zich van planten tot letters en exotische vruchten  fonkelen als juwelen. Tussen kleurrijke bloemen en planten schuilt een oog of glanzen haren. Hadassah Emmerich bedacht een woord voor haar verdichte, rijke geornamenteerde voorstellingen: ze zijn ‘gebatikt’.

Emmerich boort haar wortels sinds enkele jaren aan zonder schroom. Ze groeide op in Nederland, maar heeft Indisch, Chinees, Duits en Hollands bloed. Ze studeerde in Antwerpen en Londen en werkte een periode in Berlijn. Emmerich: “Ik ben steeds op zoek naar wat ‘exotisch’ is, met daaraan vastgekoppelde associaties als erotiek, vrouwbeeld en identiteit.”* In beeldrijke taal stelt ze steeds ter discussie wat we als eigen en vertrouwd beschouwen en wat we ervaren als vreemd.** 

De kunstenaar werkt met tempera en acrylverf op een manier die verwant is aan de taal van graffitikunstenaars die op pad gaan met spuitbus en sjabloon: ter plekke maken ze hun werk. Emmerich verbindt zich ook graag aan de plek waar ze werkt, daarom ligt de muurschildering haar goed. Wel voegt ze er losse tekeningen aan toe. Laag over laag stapelt Emmerich haar beelden op, tot er geen verschil meer bestaat tussen voor- en achtergrond. 



* R. Roos, ‘Niet bang voor verbeelding’, Kunstbeeldcahier: De Rabo Kunstcollectie, Rijswijk 2005, p.31

** R. Arkesteijn, ‘Verboden vruchten’, With love from Batik Babe, Den Haag 2005, p.57