Koen Delaere (1970)
Groeven, vlakken, lijnen – Koen Delaere experimenteert graag met verf op zijn doeken: met kleur en structuur. Begrippen als groei, woekering en verandering sturen zijn werk. Delaere werkt met open vizier en vraagt zich niet af tijdens het schilderen of er wel een goed doek uit tevoorschijn komt. “Vaak krijg ik een goed idee, een goed gevoel, pas als een doek al voor driekwart af is. Dan ben ik lekker aan het werk, in opperste concentratie, ik raak in een soort roes en ineens doe ik een paar dingen waarvan ik weet: dit is helemaal goed.”* Delaere werkt snel, maar is kritisch na afloop – slechts een vijftiental doeken blijven soms over uit een stapel van honderd.
De kunstenaar omschijft zichzelf als een fundamentele schilder. Hoewel zijn tekeningen en schilderijen soms landschappelijk ogen, is hij vooral gefascineerd door het samengaan van afstand en detail, kleur en structuur, vorm en verandering, materiaal en beeld. Hij laat graag ruimte aan de toeschouwer om zijn handelingen te volgen op het doek. Delaere: “Ik wil het proces uitkleden tot op het bot om daarna het beeld weer op te bouwen. Tekenen is niets meer dan inkt op een drager, schilderen is verf op een drager. Daar doe ik het mee.”**
* H. Den Hartog Jager, www.koendelaere.nl, (tekst voor de catalogus die verscheen t.g.v. de toekenning van de Wolvecampprijs 2007)
** A.Spaninks, ’Spotlight: Koen Delaere’ Tubelight # 48, 01.01.2007