Top of this document
Go directly to page content

Maaike Schoorel (1973)

Het is als met kijken in de duisternis: het duurt even voordat je contouren ziet en verschillende dingen kunt onderscheiden. De bleke schilderijen van Maaike Schoorel vergen evenveel kijkgeduld. Schoorel schildert wit in wit. Voor- en achtergond vallen tegen elkaar weg. Hoe langer je kijkt, hoe minder leeg haar doeken worden. Er blijken mensen op te staan of alledaagse spullen. Niet voluit geschilderd, maar in stukjes en beetjes. Een blauwe dop van een fles bronwater of de schouder van een man in colbert doemen op en gaan niet meer weg.

Schoorel grijpt terug op klassieke genres als het groepsportret, het strandgezicht en het stilleven, maar geeft weinig prijs.* Werkte ze eerst vooral vanaf snapshots, steeds vaker schildert ze naar dromen of uit het hoofd.** Haar doeken vormen een tegenwicht ten opzichte van de gierende omloopsnelheid van de huidige zapcultuur. Ze zet haar voorstellingen fragmentarisch op in lichte tinten. Pas na langere tijd openbaart zich een samenhangend beeld. Maaike Schoorel studeerde aan de Rietveld Academie en aan het Royal College of Art in Londen, waar ze sindsdien woont en werkt. 



www.dehallenhaarlem.nl, 27.11.2008

** L. Dost, ‘Bijna ongrijpbaar voor het oog’, de Volkskrant, 07.10.2008