Genres en abstracties
Kunst verzamelen resulteert in meer dan een som der delen. Naar verloop van tijd ontstaan binnen een collectie dwarsverbanden, contrasten en reliëf. Het werk Paren van Maria Roosen kan als een opmaat beschouwd worden tot een karakterschets van de Rabo Kunstcollectie: een kleurrijke balans die in het oog springt. Zowel fundament als rode draad van deze collectie zijn uitgezet langs het werk van betekenisvolle kunstenaars onder het motto: ‘de kunstenaar is de bron’.

De jongste kunstgeschiedenis van Nederland kenmerkt zich door een minimalistische reactie op het uitbundige schilderwerk van CoBrA kunstenaars in de jaren vijftig. Het was de tijd van Zero: Jan Schoonhoven, Ad Dekkers en later ook Jan Dibbets en Jan van Munster hanteerden een formele benadering van fenomenen als licht, perspectief en energie. In het verlengde van deze beweging werken JCJ Vanderheyden en Ger van Elk. Zij onderzoeken vergelijkbare fenomenen op een persoonlijker manier en verwijzen ook naar de werkpraktijk van de kunstenaar (het atelier) en de kunstgeschiedenis. Een volgende generatie werkt door in het portret als klassiek genre. Rineke Dijkstra en Sebastiaan Bremer fotograferen mensen en hun omgeving, waarbij Bremer aan de foto’s fijnzinnig getekende stillevens toevoegt; een tweede klassiek genre. Ook Guido Geelen schept eigentijdse stillevens: gegoten uit aluminum of brons. Textiel is een geliefd materiaal van schilder Michael Raedecker en de veelbelovende Barbara Polderman. Waar Raedecker een van de belangrijkste kunstenaars van deze tijd is, staat Polderman nog aan het begin van haar carrière. Het derde genre dat ook de eigentijdse Nederlandse kunst typeert, is het landschap. Zo fotografeerde Gabor Ösz de zee vanuit verschillende bunkers die hij gebruikte als camera obscura. Via het werk van rasschilder Koen Delaere, dat zeker landschappelijke elementen in zich draagt, keren we terug naar de abstractie.